Over Filip

Ik ben geboren op 10 september 1962 in Moorslede, het dorp waar 12 jaar eerder Flandrien Briek Schotte voor de 2de keer wereldkampioen werd. Als kind wilde ik ook wielrenner worden. Het was de periode van Eddy Merckx en ik was uiteraard fan van hem. Mijn ouders waren kleine zelfstandigen en hadden een meubelwinkel. Ik heb een oudere broer en zus.

 

In Moorslede, een klein dorpje bij Roeselare in West-Vlaanderen, viel er na Brieks overwinning niet echt veel meer te beleven. Gelukkig was er een kleine bibliotheek. Als kind ging ik daar elke week heen. Ik las bijna elke dag een boek. Na een tijdje had ik letterlijk alle jeugdboeken gelezen. Van de bibliothecaris, die mij intussen goed kende, mocht ik na verloop van tijd ook al eens ‘serieuze literatuur’ lezen, boeken voor volwassenen. Een wereld ging voor mij open! Ik ging toen ook naar de Chiro en later gaf ik er zelf leiding. Dat was een boeiende tijd. Werken met jongeren, leuke spelnamiddagen in elkaar steken maar ook al heel veel zaken in vraag stellen.

 

Thuis was er geen weelde, maar wij kregen nooit één boterham te weinig. In ons dorp reden we ontelbaar veel koersjes. Regelmatig won ik er ook, net zoals Eddy Merckx toen. Later ben ik beginnen lopen. Wij keken thuis op tv naar de Olympische Spelen. Het was 1976 en Ivo Van Damme won twee zilveren medailles in Montréal. Van Damme werd toen mijn nieuwe idool en is nog altijd iemand voor wie ik veel bewondering heb. Sindsdien loop ik nog altijd, want lopen  is voor mij de mooiste sport.

 

Toen ik 12 was ging ik naar het St-Aloysiuscollege in het ‘grote’ Menen. Dat was in die jaren een zeer streng college, met weinig openheid. Ik ben begonnen in de Latijnse, nadien volgde ik er moderne humaniora. Na het vierde middelbaar trok ik naar het Klein-Seminarie in Roeselare. Die school beviel me veel meer omdat de sfeer er minder strak was. Samen met enkele klasgenoten heb ik er het eerste schoolkrantje opgezet.

 

Het was eind de jaren ’70 en door de grote oliecrisis, die gepaard ging met grote werkloosheid, zag de toekomst er allesbehalve rooskleurig uit. De koude oorlog zorgde voor een echte atoomdreiging. Veel mensen waren bang dat 'de bom' wel eens echt zou kunnen vallen.  De rebelse en provocatieve punkbeweging was daar een reactie op. ‘London Calling’ van The Clash heb ik grijs gedraaid. Met heel wat gelijkgezinden trokken we naar Brussel om deel te nemen aan de Jongerenmars Voor Werk. Ik heb alle vredesbetogingen meegemaakt. Bijzonder indrukwekkend was dat. Al deze gebeurtenissen samen zorgden er voor dat ik in de richting van de politiek gedreven werd. Toch zou het nog lange tijd duren vooraleer ik echt actief werd. Intussen was ik wel al lid van 11.11.11 en van de Vredesbeweging.

 

Na het middelbaar wilde ik naar de universiteit. Maar vanuit het diepe West-Vlaanderen was dat toen, in 1981, helemaal niet vanzelfsprekend. Dus ging ik Toegepaste Psychologie studeren aan het IPSOC, de huidige Katholieke Hogeschool Zuidwest–Vlaanderen, in Kortrijk. Toen ik het in Kortrijk zo’n beetje gezien had ben ik naar Gent gekomen. Ik sloeg een andere richting in en studeerde Criminologische Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Gent. Ik fotografeerde veel en ontdekte zo de interessante plekjes in de stad. Maar Gent was toen nog helemaal niet zo mooi als nu. Het Gentse nachtleven smaakte me wel.

 

Nadat ik afgestudeerd was in Gent ben ik terug een tijdje in Moorslede gaan wonen. Ik werkte er in een uitzendkantoor. In 1987 vroegen ze me om er een afdeling van Agalev op te richten en om mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen. We behaalden meteen 7,7% van de stemmen in het ‘plattelandsdorp’ Moorslede! Intussen was ik personeelsverantwoordelijke geworden in het Elisabethziekenhuis te Sijsele. Ik combineerde dat met de studies Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening aan de KU Leuven en behaalde er een Master. Achteraf beschouwd heb ik aan die opleiding het meeste gehad. Mijn thesis ging over… duurzame mobiliteit in Gent.

 

In 1988 ben ik in Kortrijk mijn vrouw Joëlle tegengekomen. Twee jaar later kwamen we in Gent wonen en na een gesprek met Vera Dua werd ik lid van Agalev-Gent. Eerst was ik secretaris van een lokale afdeling. In 1995 ben ik partijsecretaris geworden en drie jaar later politiek secretaris van Gent.

 

Ik ben eigenlijk een ‘politieke diesel’. Eerst traag op gang, maar dan blijf ik wel gaan. Samen met Dirk Holemans heb ik in 1997 de volksraadpleging rond de Belfortparking helpen afdwingen. Voor het eerst was er een referendum in de stad en de Gentenaars stemden de plannen voor een ondergrondse parking weg. Dat was niet naar de zin van het paarse stadsbestuur,. 3 jaar later ben ik gemeenteraadslid geworden en kort daarna fractievoorzitter voor Groen. In die periode heb ik het stadsbestuur,  vanuit de oppositie,  meerdere keren het vuur aan de schenen gelegd.

 

In 2009 kondigde Vera Dua aan dat ze zou stoppen met politiek. Ik werd lijsttrekker bij de Vlaamse verkiezingen en raakte zo verkozen als Vlaams parlementslid. Vanuit het kleine Moorslede stond ik plots in Brussel! Het was intellectueel een uitdagende en boeiende periode voor mij.  Ik vond het een voorrecht om te kunnen debatteren met toppolitici zoals Kris Peeters, Hilde Crevits of Freya Van den Bossche.

 

Ik herinner me een incident met CD&V-parlementslid Carl Decaluwé. Er was al dagenlang een probleem bij het waterzuiveringsstation van de Zenne in Brussel. Daardoor dreven alle vissen dood op het vervuilde water. Evelyne Huytebroeck van Ecolo was toen bevoegd minister en Groen kreeg het er flink van langs in het Vlaams parlement. Toen Decaluwé me voor de zoveelste keer onderbrak op het spreekgestoelte, beet ik hem toe: “Meneer Decaluwé, het is niet omdat het hier over dode vissen gaat, dat u zich als een viswijf moet gedragen!” Waarop het halfrond in buldergelach en applaus uitbarstte. Decaluwé hield voor de rest van het debat zijn mond.

 

In de lente van 2011 hebben Elke Decruynaere en ik , samen met Daniel Termont en Freya Van den Bossche, het kartel SP.A-Groen gevormd. Ik was er al langer van overtuigd dat dit voor Groen de enige manier was om in het stadsbestuur te geraken. We hebben verschillende, lange gesprekken gehad. Stilaan groeide zo het vertrouwen en uiteindelijk konden we met een sterk vernieuwend en ecologisch programma naar de kiezer trekken.

 

De verkiezingsoverwinning was grandioos, want Groen behaalde liefst 10 zetels. Iedereen was verrast.  Uiteindelijk zijn we samen met de Open VLD in een meerderheid gestapt. Elke Decruynaere, Tine Heyse en ik zijn de eerste schepenen van Groen in een stad zoals Gent. Mijn bevoegdheden Mobiliteit en Openbare Werken zijn me echt op het lijf geschreven!

 

Bij mijn afscheid in het Vlaams parlement deed minister-president Kris Peeters me een paraplu cadeau. “Om open te trekken wanneer het in Gent moeilijk gaat. Dan kun je zeggen dat het allemaal de schuld is van de Vlaamse regering,” zei hij er nog smalend bij. Maar ik ben niet echt zo’n parapluutjesman.

 

Ik wil van Gent een echte fietsstad maken. Daarvoor moet er nog veel goede fietsinfrastructuur komen. En we moeten stoppen met enkel  vanuit het perspectief van de auto te denken. Hiervoor wil ik me alle dagen inzetten!

 

Groeten

 

Filip Watteeuw

schepen van Mobiliteit en Openbare Werken